WANNEER DOET BURGERSCHAPSONDERWIJS ERTOE?
onderzoek naar rol schoolleider en bestuurder

In dit artikel wordt op basis van onderzoek aangegeven hoe schoolleiders en bestuurders ervoor kunnen zorgen dat de school effectief bijdraagt aan de ontwikkeling van het burgerschap van leerlingen. 

Een fundamenteel kenmerk is dat de democratische rechtsstaat noodzakelijk is bij de uitoefenen van burgerschap. Daarom wordt deze als uitgangspunt genomen. Binnen het kader van de democratische rechtsstaat kunnen scholen echter hun eigen burgerschapsvisie vormgeven en bepalen welke doelen zij nastrevenswaardig vinden. Een schoolbestuur heeft vooral als taak om visieontwikkeling te organiseren of te faciliteren en ervoor te zorgen dat deze visie vervolgens een plek krijgt binnen de onderwijsprocessen.

Onderzoek dat zich richt op kinderen laat zien dat kinderen al rond hun achtste voorstellingen van de politiek hebben. Daarom is het zinvol om ook jonge kinderen al les te geven over burgerschap rond maatschappelijke thema's als klimaatverandering, sociale rechtvaardigheid en oorlog en vrede.

Er worden een aantal redenen genoemd waarom het zinvol is om als directeur en bestuurder met scholen op een gestructureerde manier aandacht te besteden aan burgerschap. Als eerste reden wordt gegeven dat onderwijs altijd al vormend is. De tweede reden heeft te maken met ongelijkheid: de kansen om democratisch burgerschap te ontwikkelen  zijn niet gelijk verdeeld. Daarom is het belangrijk dat de school hier ruimte aan biedt.  De derde reden is dat een democratische en open samenleving niet vanzelf functioneert. Naast rechtvaardige instituties is er ook een democratische cultuur nodig. Deze moet ontwikkeld worden.

Het onderwijs kan invloed hebben op vaardigheden en houdingen maar studies laten zien dat de impact daarvan beperkt is. De school kan wel een grotere invloed hebben op burgerschapskennis. Het belang van kennis als onderwijsdoel kan de kenniskloof en daarmee ongelijkheid kleiner maken. 

Ook worden er voorwaarden voor de impact van burgerschapsonderwijs genoemd. Studies laten vooral effecten zien van leraren die tijdens hun opleiding over burgerschapsonderwijs geleerd hebben. Schoolleiders moeten dus kijken welke leraren het voortouw kunnen nemen. Ook is het belangrijk dat er structurele programma's zijn: leerlingen moeten bezig zijn met thema's die samenhang vertonen. 

Onderzoek toont dat onderwijs op grofweg twee manieren kan bijdragen aan het burgerschap van leerlingen: via het didactiseren van het curriculumaanbod (waardoor abstracte thema's voor leerlingen betekenis krijgen) en via het ontwerpen van een open en veilig pedagogisch klimaat. Een open klimaat betekent dat alle perspectieven naar voren komen en dat leerlingen het gevoel hebben dat zij hun opvattingen kunnen geven, ook als die anders zijn dan wat andere leerlingen vinden of de leraar vindt. Het vormgeven van een dergelijk klimaat moet door alle betrokkenen bij de school worden gedeeld. 


Titel informatie
Auteur

Nieuwelink, Hessel

Tijdschrift

Basisschoolmanagement

Uitgave

Jrg. 34 (2020), nr. 6 (augustus)

Collatie

p. 22-25

Annotatie

Met lit. opg.

Publicatiejaar

2020