DE DAGELIJKSE ONDERWIJSPRAKTIJK EN AD(H)D
een schoolvoorbeeld

In dit artikel legt Corine Lancel uit wat voor een leerling met AD(H)D lastig is en hoe deze leerling hierbij geholpen kan worden. In 2011 kreeg Lancel zelf de diagnose AD(H)D en kon toen pas plaatsen waarom haar schoolloopbaan zo moeilijk was verlopen, leerde ze begrijpen waarom er zo veel niet lukte en snapte ze hoe het kwam dat ze vaak dingen vergat. Inmiddels werkt Lancel bij het St. Bonifatiuscollege in Utrecht als docent en zorgcoördinator.

AD(H)D is een neurobiologische aandoening waarbij vier kenmerken een rol spelen: hyperactiviteit, onoplettendheid, impulsiviteit en moeite met emotieregulatie. Een leerling met AD(H)D heeft vaak moeite met onthouden van woorden, begrippen en formules. ze zijn snel afgeleid, waardoor ze delen van de les missen. Bij het stellen van open vragen vindt de leerling het lastig om het juiste antwoord te kiezen omdat hij of zij niet wil teleurstellen. Vaak heeft de leerling er last van dat er vaak dingen niet lukken, ook al willen ze het graag. Dat wat ‘moet’ roept dan ook vaak enorme weerstand op.

Belonen en bewegen helpt de leerlingen te motiveren voor het uitvoeren van hetgeen er gedaan moet worden. Er wordt in beide gevallen dopamine aangemaakt en dat zorgt ervoor dat de prikkeloverdracht in de hersenen soepeler verloopt. Ook het gevoel om begrepen te worden helpt leerlingen met AD(H)D om aan de slag te gaan en kan er samen met de leerling uitgezocht worden waar hulp bij nodig is.


Titel informatie
Auteur

Lancel, Corine

Tijdschrift

Bij de les

Uitgave

Jrg. 16 (2019-2020), nr. 3 (november 2019)

Collatie

p. 15-17

Publicatiejaar

2019